Het belang van uitscheiding: Malas

Zoals reeds eerder beschreven op onze website zijn de basisgrondslagen van ons lichaam de drie bio-energieën en de lichaamsondersteunende weefsels of dhatus. De derde belangrijke basis is de Malas, dat opruiming of zuivering betekent. Malas zijn een grote variëteit substanties, die geproduceerd worden door het lichaam, de bio-energieën en de weefsels tijdens de verschillende fysiologische processen. Malas omvatten feces, zweet, urine, etc. Van alle uitscheidingsproducten  worden sommige door het lichaam gebruikt voor functionele en structurele processen en anderen worden afgedankt en uit het lichaam verwijderd.

 

Uitscheidingsproducten zijn het logische gevolg van de dynamiek van het leven die in de verschillende stofwisselingsprocessen worden geproduceerd. De productie en verwijdering zijn van vitaal belang voor de gezondheid.

 

Volgens de oude ayurvedische wetenschap worden de uitscheidingsproducten in de verschillende fasen van de spijsvertering en de stofwisseling gevormd en worden ze constant uit het lichaam verwijderd. Fysiologisch variëren ze van gas, vloeistof, halfvast- tot  vaste vorm. De grove afvalproducten zijn urine, feces en zweet. De fijnere afvalproducten zijn uitzwetingen  die verwijderd worden door de epitheelbekleding van de ogen, neus, mond, oren en genitaliën. De gezondheid blijft gehandhaafd als deze afvalproducten goed worden verwijderd. Als zij zich ophopen veroorzaakt dat verschillende ziekten.

 

De uitscheidingsproducten worden als de volgende types geclassificeerd:

 

Classificatie van uitscheidingsproducten:

1 feces

2 feces vet

3 urine

4 zweet

5 verschillende soorten gas

6 gal

7 uitscheidingen uit verschillende lichaamsopeningen.

- afscheiding van het oog

- oorsmeer

- huidvet

- afscheiding uit de neus

- afscheiding door de mond

8 afscheiding van de genitaliën

9 afscheiding door de haarfollikels

10 hoofdhaar

11 gezichtshaar

12 lichaamshaar

13 nagels

 

De fysiologie van de vorming van feces:

Feces is het onverteerde restant nadat de voeding uit het voedsel is geabsorbeerd. Volgens de ayurvedische fysiologie wordt het voedsel omgezet in brokken nadat het de maag en de dunne darm is gepasseerd en de dikke darm heeft bereikt en het door hitte opgedroogd is. Tijdens dit proces wordt een sterk gas ontwikkeld. Volgens de moderne fysiologie worden de verteringsproducten, samen met nog andere onderdelen zoals vitaminen en mineraalzouten, tijdens de passage door de ingewanden geabsorbeerd. Als de inhoud de dikke darm bereikt is het absorptieproces, met uitzondering van water, gewoonlijk voltooid. In de dikke darm worden water en zout geabsorbeerd. Het resterende materiaal wordt omgezet in feces en verlaat het lichaam. De vastheid van de feces hangt in hoge mate af van de hoeveelheid geabsorbeerd water, de beweging van de darmen en de aard van het verteerde voedsel. Ongeveer 1500 ml. Gedeeltelijk verteerd voedsel (roomachtig chymus, geel van kleur) passeert dagelijks naar de dikke darm door de ileocecal valve. De meeste absorptie in de dikke darm vindt plaats in het  proximale deel van de colon, vandaar de naam absorberende colon, terwijl de distale colon als opslagruimte dient. Daarom heet dit opslag colon.

Het slijmvlies van de dikke darm kan zeer veel natrium absorberen en het elektrische potentieel dat door de absorptie van natrium ontstaat veroorzaakt eveneens chloride absorptie. De nauwe verbinding tussen de epitheelcellen van het slijmvlies van de dikke darm voorkomt het opnieuw vermengen van ionen door deze verbindingen waardoor het slijmvlies van de dikke darm de natriumionen veel completer kan absorberen. Het slijmvlies van de dikke darm scheidt actief dubbelkoolzuurzout-ionen af terwijl het tegelijkertijd actief een gelijke hoeveelheid chloride-ionen absorbeert in een uitwisselingsproces. Het dubbelkoolzuurzout helpt de zure eindproducten van de bacteriële werking van de colon te neutraliseren. De absorptie van natrium- en chloride-ionen veroorzaakt een osmosegradiënt in het slijmvlies van de dikke darm, die dan weer de absorptie van water veroorzaakt. Veel bacteriën, vooral colon bacillen  bevinden zich in het absorberende gedeelte van de colon. Andere substanties, gevormd door bacteriële werking, zijn vitamine K, vitamine B12, vitamine B1, vitamine B2 en verschillende gassen die bijdragen aan wind in de colon, vooral waterstof, koolzuurgas, methaan en ammonia.

 

De feces bestaat normaal uit drie vierde water en een vierde vast materiaal, bestaande uit ongeveer 30% dode bacteriën, 10% tot 20% vet, 10% tot 20% anorganische materie, 2% tot 3% proteïne en 30% onverteerde voedseldelen en gedroogde bestanddelen van verteringssappen zoals gal en afgestoten epitheelcellen.

De bruine kleur wordt veroorzaakt door stercobuline en urobiline die afgeleid zijn van bilirubine. De geur wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de producten van de bacteriële werking. Dat varieert per persoon, afhankelijk van de bacteriële flora in de colon en van het soort voedsel dat men gegeten heeft. De geurproducten bevatten indol, skatol, mercaptans en waterstofsulfide.

 

De fysiologie van de urinevorming:

De nieren zijn de belangrijkste organen voor de productie van urine. De nieren hebben twee hoofdfuncties: ten eerste scheiden zij het merendeel van de eindproducten van de stofwisseling uit en ten tweede controleren zij de concentratie van de meeste bestanddelen van de lichaamsvloeistoffen. De twee nieren bevatten ongeveer 2.400.000 nefronen en elke nefron is zelf in staat om urine te vormen. Een nefron is samengesteld uit een glomerulus waar vloeistof wordt gefilterd en een lange tubulus waarin de gefilterde vloeistof wordt omgezet in urine op zijn weg naar het nierbekken.

Het bloed komt in de glomerulus binnen door de aanvoerende kleine arterie en verlaat het weer door de afvoerende kleine arterie. De glomerulus is een netwerk van tegen de 50 capillaire vertakkingen en verbindingen bedekt met epiteelcellen gestoken in het kapsel van Bowman. De druk van het bloed in de glomerulus veroorzaakt een vloeistof die in het kapsel van Bowman wordt gefilterd. Van hieruit stroomt de vloeistof in de proximale tubulus die in de nierschors ligt samen met de glomerulus. Daarna gaat de vloeistof vanuit de proximale tubulus naar de lis van Henle die tot diep in de nier zit. Sommige lissen gaan zelfs tot onder in het niermerg. Elke lis is verdeeld in een dalende tak en een opgaande tak. Nadat de vloeistof de lis van Henle is gepasseerd gaat het in de distale tubulus, die evenals de proximale tubulus, in de nierschors ligt. In de nierschors komen wel acht distale tubuli samen die de verzameltubulus vormen. Het eind hiervan gaat weer naar beneden in het merg, waar het een verzamelkanaal wordt. Opeenvolgende samenvoegende kanaaltjes komen samen en vormen grotere samenvoegende kanalen die helemaal door het merg lopen, evenwijdig aan de lis van Henle. De grotere samenvoegende kanalen komen uit in het nierbekken door de puntjes van de nierpapillen. Dit zijn conische topjes van het merg die uitsteken in de nierkelk die zelf weer terugwijkt van het nierbekken. In elke nier zijn ongeveer 250 zeer grote verzamelkanalen die de urine doorgeven uit ongeveer 4000 nefronen.

Als de glomerule infiltratie door de tubili stroomt worden 99% van het water en afwisselende hoeveelheden oplossingen  normaal opnieuw geabsorbeerd in het vaatstelsel en van sommige substanties worden kleine hoeveelheden afgescheiden in de tubili. Het resterende water in de tubili en opgeloste substanties worden de urine.

Gewoonlijk bevat urine natrium, kalium, kalk, magnesium, chloride, dubbelkoolzuurzout, waterstoffosfaat, urea, glucose, urinezuur en creatinine.

 

Andere uitscheidingsproducten

Tijdens het stofwisselingsproces worden ook andere afvalstoffen geproduceerd als gevolg van het lokale en systematische stofwisselingsproces. Dat zijn zweet, wind, gal, slijmuitscheidingen, afscheidingen uit het oor, door het oog, uit de neus, door de mond, afscheiding door de haarfollikels, uit de genitaliën, hoofdhaar, baardhaar, lichaamshaar en nagels. De verschillende afscheidingen worden gevormd uit de elementen van de bovengenoemde afvalproducten.

 

De uitscheidingsproducten zijn even belangrijk voor het functioneren van het lichaam als voor de bio-energieën  en de opbouwende elementen van het lichaam. Zij zijn het logische resultaat van de dynamiek van het leven die in de verschillende processen van de stofwisseling worden geproduceerd.

Urine en feces worden in de dikke darm gevormd tijdens het verteringsproces waar assimilatie, absorptie en onderscheid wordt gemaakt tussen essentiële en niet essentiële substanties. Feces gaat naar het rectum voor verwijdering. Urine gaat naar de nieren om gefilterd te worden en wordt dan in de blaas opgeslagen voor verwijdering. Zweet wordt door de huidporiën verwijderd. Hoewel ze als afvalproducten worden beschouwd zijn feces en urine strikt genomen geen afval. Zij zijn in zekere mate verantwoordelijk voor het fysiologisch functioneren van hun respectievelijke organen. Feces levert bijvoorbeeld voeding door ingewandweefsels; veel voedingsstoffen blijven na vertering in de feces achter. Later worden ze geabsorbeerd, de feces wordt verwijderd. Feces geeft ook kracht aan de dikke darm en handhaaft de spanning. Als iemand geen feces zou hebben zouden de ingewanden inzakken.

 

Het urinesysteem verwijdert het water, zout en stikstofhoudend afval uit het lichaam. De vorming van urine helpt de normale concentratie water en electrolyten in de lichaamsvloeistoffen te handhaven. De aanmaak van urine hangt af van de opgenomen hoeveelheid water, voedsel, de omgevingstemperatuur, de mentale toestand en de fysieke conditie. Als het lichaam water vasthoudt is er weinig urine en dit water zal zich in de weefsels ophopen. Deze conditie zal dan weer het bloed aantasten en de bloeddruk verhogen. Dus, een goede urineproductie is belangrijk voor het in stand houden van de bloeddruk en de hoeveelheid bloed. Zweet is een bijproduct van vetweefsel. Zweten is noodzakelijk om de lichaamstemperatuur te regelen.  Zweet houdt de huid zacht, houdt de flora van de huidporiën in stand evenals de veerkracht en de spanning.

Daarom is de productie van afvalstoffen een aanwijzing van de levensactiviteiten. Het levende lichaam kan nooit zonder.

 

Een zekere hoeveelheid achtergebleven afvalproducten is altijd in het lichaam aanwezig terwijl het meeste door het lichaam wordt gebruikt of opgeslagen voor verwijdering. De productie en verwijdering er van zijn van vitaal belang voor de gezondheid.

 

 

 

Bron: Surya Products C. van Willigen

Uitgever en auteur(s) verklaren dat de tekst zorgvuldig en naar beste wensen is samengesteld. Zij kunnen echter geenszins instaan voor de volledigheid van de tekst of eventuele fouten; zij aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor schade, welke aard dan ook, die het gevolg is van handelingen en/of beslissingen, gebaseerd op de inhoud van bedoelde tekst.