Het principe van de stofwisseling: Agni

De levensduur, het voorkomen, de vitaliteit, goede gezondheid, enthousiasme, gloed, vitale essentie, glans, hitte en levensadem worden ontleend aan het levensvuur in het lichaam (agni). Als dit vuur wordt gedoofd gaat men dood, als je er gepast mee omgaat leeft men lang en in goede gezondheid. Als het ontregeld is, dan is dat het begin van een ziekte. Daarom zegt men dat het levensvuur het belangrijkst is in het leven. Het levensvuur in ons lichaam bepaalt onze levensduur. Het heet agni, een term die letterlijk vuur betekent. Agni is de basis van onze spijsvertering en stofwisseling. Als agni in balans blijft zal de levensduur verhogen. Agni is de wortel van onze biologische kracht en ons immuunsysteem. Agni speelt een belangrijke rol in onze emoties en onze emoties spelen een belangrijke rol in agni. Een goede agni veroorzaakt uitgebalanceerde emoties. Ergernis en angst zijn emoties die agni ontregelen. Door het effect op het levensvuur kan een depressieve houding het lichaam verzwakken. Het levensvuur versterken zal ook de geest sterker maken. Gedachten veroorzaken biochemische reacties die de lichaamsfunctie aantasten door hun effect op agni. Als men het levensvuur versterkt  kan men makkelijker een positieve geest in stand houden en positief denken versterkt het functioneren van het biologische vuur.

Agni is vertering: fysieke vertering en stofwisseling in het lichaam en mentale vertering en inzicht en begrip in de geest.

De basis regel in Ayurveda is alleen dat te eten of te ervaren wat je kunt verteren en anderen geen kwaad doet.

Onze lichamen zijn een afspiegeling van onze geest en ze zijn onderling verbonden door de biochemische manifestatie van agni. De basis van voeding is het handhaven van agni of het levensvuur. Agni verandert constant. Het wordt vooral aangetast door teveel eten, erg veel eten van zwaar en moeilijk te verteren voedsel, te weinig eten door een slecht dieet of vasten en emotionele factoren. Agni varieert hoofdszakelijk door de eetgewoonten, maar ook door de seizoenswisselingen, extreme klimaatsomstandigheden, leeftijd, gezondheid, kracht en weerstandsvermogen tasten het functioneren van agni aan.

De stofwisseling manifesteert zich als aminozuren, bouwstoffen voor enzymen, de pancreassappen, gal en andere stofwisselingsfactoren, cofactoren en activerende stoffen. Het levensvuur is  de essentie voor een grote hoeveelheid verteringsvuren in het maag- darmkanaal en de cellulaire stofwisseling. Het mentale assimilatievuur, zintuiglijke digestie en samenvoeging behoren ook tot deze groep agnis. De levensvuren zijn in harmonie met de bio-energieën Iedere verstoring van het dynamische evenwicht van de bio-energieën veroorzaakt een verzwakking van de functies van het levensvuur. Is het levensvuur voldoende dan heeft het lichaam zeer veel veerkracht, herstelt van stress en weerstaat ziekte en degeneratie. Als het levensvuur laag is ontbreekt de weerstand tegen ziekten; het lichaam verliest makkelijk zijn evenwicht en wordt ziek of kwakkelend.

Volgens Ayurveda wordt de transformatie van voedsel in de lichaamsweefsels en de vitale energie veroorzaakt door het proces van "koken". Voedingssubstanties worden afgebroken, geabsorbeerd en geassimileerd. De gehele substantie moet worden gesplitst in enkelvoudige homogene substanties vóór het in het lichaam kan worden opgenomen. Het levensvuur is de energie voor deze transformatie. Het eerste verteringsvuur voert de volgende fysiologische functies uit: allereerst, met behulp van de bewegingsbio-energie (vata), is het de som van de energieën van vertering en stofwisseling. Het is de actie van de biologische vertering in het maag- darmkanaal waar het voedzame deel van het voedsel wordt gescheiden van het afval, geassimileerd wordt in het lichaam en omgezet in energie. Het levensvuur controleert de algemene stofwisselingsfuncties in het lichaam, inclusief  de energiesynthese en de handhaving van de stofwisseling, de zuurstofverbinding, het herstel van de aangetaste weefsels, de handhaving van de lichaamsenergie en de gezondheid. Het produceert alle chemosynthetische processen in het lichaam. Het levensvuur werkt als een brug tussen de transformatieve krachten van de fijne lichaamsenergie en de hitte en functies van het fysieke lichaam. Als het lichaamsvuur verzwakt of ontregeld is ontstaan ziekten, zijn de functies normaal dan heeft een goede gezondheid, concentratie en kracht de overhand. Het is de wortel van gezondheid en ziekte. Veel van de genezende kracht van het voedsel en de kruidensupplementen komt uit de substanties die de functie van agni, dat zijn enzymen, rechtstreeks activeren. Als agni niet goed functioneert is het lichaam niet in staat volledig te verteren. De stofwisseling is dan onvolledig. Het eindresultaat van deze verzwakte vertering en stofwisseling is de productie van toxinen. Dat heet ama. Deze toxinen zijn de oorzaak van de circulatiestagnatie van voedingsstoffen en agni. Een langdurige stagnatie door circulerende toxinen kan een verzwakt immuunsysteem en chronische ziekten veroorzaken. De circulatie van onvoldoende verteerde substanties of metabolieten, afvalstoffen en verontreinigende stoffen, kunnen zelfs het zenuwstelsel aantasten door binnen te dringen in de activiteiten van de hersenen en het centrale zenuwstelsel. Daarom is volgens Ayurveda de basisbehandeling het verwijderen van toxinen en het functioneren van agni te verbeteren.

Het begrip agni van het biologische vuur omvat de vijf soorten pitta (bio-energie van assimilatie) evenals de dertien soorten agni. Pitta en agni zijn in wezen hetzelfde met dit kleine verschil dat pitta het reservoir is en agni de inhoud. Pitta bevat hete energie hetgeen de vertering helpt. De hete energie is digestie. Onder pitta kan men de energie van het vuur verstaan, terwijl agni het vuur zelf is. 

 

De dertien soorten agni worden ondergebracht in de volgende drie groepen:

* 1 Jatharagni - enzymen van het verteringsvuur.
** 7 Dhatvagni - enzymen van de dhatus of ondersteuning van de lichaamsweefsels.
*** 5 Bhootagni - enzymen verantwoordelijk voor de omzetting van de externe proto-elementen in het dieet in inwendige proto-elementen van het lichaam.

* Jatharagni

(enzymen van het verteringsvuur).

Jatharagni is het vuur dat in de maag en de dunne darm zetelt. Het is het biologische vuur dat verantwoordelijk is voor de basisvertering en stofwisseling en  regelt de basis van alle andere agnis in het lichaam. Het biologisch vuur is het aller belangrijkste van alle stofwisselingsonderdelen in het lichaam. Zij komen er uit voort. Hun op en neergaande niveau is direct evenredig aan het op en neer gaan van de vertering of het biologische vuur. Vijf proto-elementen van het voedsel worden afgebroken tot de kleinste en eenvoudigste factoren zodat het kan worden geabsorbeerd door de vlokken en het slijmvlies van de dunne darm. Jatharagni is voor dit deel van de vertering verantwoordelijk evenals voor het absorberen van de voedingsstoffen en de productie van afvalstoffen. Het helpt ook de lichaamshitte en de algehele energie te handhaven.

 

** Bhootagni 

(enzymen voor het onderhouden van de lichaamsweefsels).

Er zijn vijf bhootagnis in het lichaam. Ze corresponderen met de vijf basis proto-elementen van het lichaam. Evenals alle lichaamsweefsels combinaties zijn van de vijf basis elementen zo is ook het voedsel dat we eten, dat lichaam en geest beïnvloedt, een afspiegeling van de zes smaken. Elk van de vijf basis proto-elementen hebben een specifieke levensvuur component, die verantwoordelijk is voor de transformatie van dat basis element zoals samengesteld in het dieet, wat dient als voeding van een corresponderende eigenschap in de lichaamsweefsels.

 

*** Dhatvagnis

(enzymen die verantwoordelijk zijn voor het omzetten van de uitwendige proto-elementen in het voedsel in de inwendige proto-elementen van het lichaam).

Dhatvagnis zijn het soort biologische vuren die zich in alle lichaamsweefsels bevinden die het lichaam ondersteunen. Zij vertegenwoordigen het proces waarbij de voedingsstoffen, die veroorzaakt worden door het verteringsproces en de werking van bhootagnis, worden omgezet in bouwstoffen van gelijke aard als de weefselelementen. Er is dhatvagni voor elk van de acht dhatus. De dhatus vertegenwoordigen de structurele lichaamsbestanddelen. Het biologische vuur voor elk van deze ondersteuningen is in hun respectievelijke weefsels gelokaliseerd en stimuleert de stofwisselingsomzetting van de energie van voedingsmateriaal in de energie van de respectievelijke weefsels.  

 

Op deze manier wordt het voedsel, dat de energieën van verschillende combinaties van de vijf elementen bevat, eerst verteerd door Jatharagni op het niveau van het verteringssysteem. De voedselenergie wordt omgezet in voedingsvloeistoffen. Door verdere vertering wordt de voedende vloeistof  de eerste ondersteuning of rasa dhatu. Dit zijn de voedingsenergieën in plasma en de lymfevloeistof. Door het effect van het biologisch vuur wordt deze voedende vloeistof achtereenvolgens omgezet in een bepaalde volgorde in de zeven andere dhatus. 

 

Op deze manier wordt voedsel door het biologische vuur eerst verteerd op het niveau van het verteringssysteem (Jatharagni) en dan door de vijf proto-elementaire agnis of vuren (bhootagnis). De uitwendige elementen die als voedsel worden ingenomen worden vervoerd naar de corresponderende interne bestanddelen van de lichaamsstructuur. Elk van de dhatus wordt opeenvolgend gekookt door hun respectievelijke agnis of vuren. 

 

De basis van voeding is de agni van alle dhatus te handhaven. Als het omzettingsproces van de actie van de lichaamsvuren optimaal functioneert zal elke dhatu de volgende delen produceren:

 

1 Een fijn essence die het volgende lichaamsbestanddeel produceert.

2 Een bijproduct b.v. haren of nagels.

3 Een deel dat het eigen materiaal behoudt en zijn eigen gelijksoortige bestanddeel in het lichaam voedt.

 

Als deze levensvuren niet goed functioneren gebruikt Ayurveda kruiden en een dieet om het functioneren van de lichaamsvuren en de algemene circulatie en verdeling van de levensenergie te verbeteren. De functies van de agni energie zijn dus een lang leven, intelligentie, begrip, inzicht en bevattingsvermogen. De kleur van de huid wordt ook door agni gehandhaafd en het enzymsysteem en de stofwisseling zijn totaal afhankelijk van agni.

Zolang agni goed functioneert verlopen de afbraakprocessen van het voedsel, de absorptie en de assimilatie in het lichaam vlot.

 

De relatie tussen Jatharagni, Bhootagni, Dhatvagni en dhatus

 

 

   

 

Jatharagni

Zetel: maag en dunne darm

Functie uiteenvallen van voedsel

 

 

 

 

Paarthiv (aarde) agni Aapya (water) agni Taijas (vuur) agni

Vayavya (lucht) agni

Akash (Ether)
agni
Zetel : hele lichaam Zetel: hele lichaam Zetel: hele lichaam Zetel:
hele
lichaam
Zetel:
hele
lichaam
 
Functie: Verteren van voedsel Functie: vertering van koud en waterig voedsel Functie: vertering van heet en scherp voedsel Functie: vertering van ruw en droog voedsel Functie: vertering van licht en subtiel voedsel  
Rasagni Raktaagni Mamasagni Medoagni Asthiagni Majjagni Shukragni  
Werkt op subtiel plasma Werkt op subtiel bloed Werkt op subtiele spieren Werkt op subtiel vetweefsel Werkt op subtiele botten Werkt op subtiel beenmerg Werkt op subtiel voortplantingsweefsels  

 

Rakta dhatu

(bloed)

Rakta dhatu

(bloed)

Mamsa
dhatu

(spierweefsel)
 

Meda
dhatu

(vetweefsel)

Ashti
dhatu

(botweefsel)

Majja
dhatu

(beenmerg en zenuwen)

Shukra
dhatu

(voortplantingsweefsel)
 

 

Kenmerken en symptomen van goed werkend lichaamsvuur.

 

 De tekenen en symptomen van een goede vertering zijn:

 

1 Normale eetlust en met graagte eten.

2 Aan het begin van de vertering is er een zoete smaak met oprispingen, een zurige smaak in het midden en een zoute smaak aan het eind.

3 Men heeft een schoon en zuiver gevoel.

4 Men heeft een stevig gevoel en zin in zijn werk.

5 Met een goede vertering voelt het lichaam licht en heeft men een natuurlijke opgeruimdheid en een helder hoofd.

6 Men heeft totaal geen brandend gevoel in de maag of de borst.

7 Er is een normale en regelmatige verwijdering naarmate het soort en de aard van het voedsel.

 

Efficiënte vertering van goed voedsel gaat zonder enig ongemak. Men moet zich relaxed en tevreden voelen en zich niet steeds bewust zijn van het verteringsproces in de dunne en dikke darm en een verfrist en prettig gevoel hebben als de vertering compleet is.

 

Bron: Surya Products C. van Willigen

Uitgever en auteur(s) verklaren dat de tekst zorgvuldig en naar beste wensen is samengesteld. Zij kunnen echter geenszins instaan voor de volledigheid van de tekst of eventuele fouten; zij aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor schade, welke aard dan ook, die het gevolg is van handelingen en/of beslissingen, gebaseerd op de inhoud van bedoelde tekst.